Toen rouw mij stilzette

Gepubliceerd op 4 april 2026 om 09:31

Toen rouw mij stilzette

Ongeveer tien jaar geleden werd ik door mijn lichaam stilgezet.
Niet omdat ik dat wilde, maar omdat het niet anders meer kon.

Toen rouw mijn leven binnenkwam, dacht ik — of hoopte ik misschien — dat het me uiteindelijk rust zou brengen. Dat er, na het verlies, een vorm van berusting zou ontstaan. Maar wat zich eerst liet zien, was iets anders.

In plaats van kalmte kwam er vooral ongemak.
En juist in dat ongemak werd zichtbaar wat daarvoor buiten beeld bleef — of misschien buiten beeld gehouden werd.

Ik merkte dat ik kwetsbaarder werd. Onzekerder ook.
Dingen die ooit vanzelfsprekend voelden, begonnen te schuren. Mijn werk. De omgeving waarin ik me bewoog. Zelfs de manier waarop ik mijn vrije tijd invulde, leek niet langer te passen bij wie ik aan het worden was.

Alsof wat ooit klopte, zich langzaam van mij losmaakte.

Toen ik vaker stil durfde te staan bij wat er in mij leefde, merkte ik hoe snel ik overprikkeld raakte door het leven dat ik leidde. Hoe lang ik mijn gevoelens op de achtergrond had gehouden. En hoe bepaalde situaties mij leeg trokken, zonder dat ik het eerder echt had willen zien.

Wat zich gaandeweg ook begon te ontvouwen, was het besef dat rouw zich niet alleen in mijn eigen leven afspeelde.
Dat het deel uitmaakte van iets groters.

In mijn familielijn werd sterk zijn en doorgaan als vanzelf doorgegeven.
Niet uit onwil, maar uit noodzaak.
Voelen kreeg weinig ruimte — dragen des te meer.

En misschien heb ik daarin geleerd om mijn eigen pijn stil te bewaren.
Om het op te slaan in mijn lichaam, in plaats van het te laten stromen.

Tot mijn lichaam een grens aangaf die niet langer te negeren was.
Ongeveer tien jaar geleden kon ik letterlijk nog maar amper lopen.
Mijn lijf was verkrampt, uitgeput.

In de periode na het overlijden van mijn moeder en onze andere schoonmoeder,
werd voelbaar wat zich al die tijd had opgestapeld.

Het was geen keuze meer om stil te staan.
Het werd een noodzaak.

Herstellen kostte tijd. Meer tijd dan ik mezelf eerder toestond.
Maar in de jaren die volgden, is er iets verzacht. Niet omdat de pijn verdwenen is, maar omdat er langzaam meer ruimte kwam om erbij aanwezig te zijn.

Onder alles lag een verlangen dat moeilijk in woorden te vatten was.
Een zoeken naar betekenis, voorbij wat zichtbaar is.
Een behoefte om te begrijpen wat er in mij geraakt werd — en waarom.
Om ruimte te maken voor alles wat zich had vastgezet.
Om de pijn niet langer te omzeilen, maar voorzichtig toe te laten.

En wat daar eerst voor in de plaats kwam, was niet meteen vervulling.

Het was leegte.
Ongemak.
Soms zelfs een gevoel van ontwrichting.

Een kwetsbare tussenruimte, waarin het oude niet meer vanzelf sprak, en het nieuwe zich nog niet had aangediend. Alsof een vertrouwde identiteit langzaam uit mijn handen gleed, zonder dat ik wist wat ervoor in de plaats zou komen.

En misschien is dat wel de plek waar rouw haar diepste werk doet.

Niet alleen in het missen van wat er niet meer is,
maar in het stilleggen van wat ooit vanzelf ging.

Stap voor stap ontvouwde zich iets anders.
Niet groots of meeslepend, maar subtiel.
Een verschuiving in hoe ik keek, hoe ik voelde, hoe ik aanwezig was.

Ik ben deze weg gaan zien als iets dubbels:
een pad dat verrijkt en verdiept,
maar ook schuurt en uitdaagt.

Rouw is geen rechte lijn.
Geen proces dat zich laat sturen.
Maar een beweging die je, als je het toelaat, langzaam dichter bij jezelf brengt.

Misschien ben ik wel benieuwd naar jouw ervaring.

Was er een moment waarop rouw iets in jou zichtbaar maakte wat je daarvoor niet kon zien?
En als je wilt, zou je daar iets over willen delen?

 

hart in boom

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb